Inkt

Om drukwerk te maken heb je inkt nodig. Inkten bestaan uit meerdere bestandsdelen:

  • Kleurstoffen. Ook wel pigmenten genoemd.
  • Een oplosmiddel of water.
  • Een bindmiddel. Hiervoor wordt vaak hars gebruikt.
  • Vulstoffen.
  • Hulpstoffen. Veel inkten bevatten stoffen waardoor de inkt sneller droogt.

inkt

Verschillende soorten drukinkt

Inktsoorten kun je onderverdelen in verschillende categorieën:

  • transparante en dekkende inkten;
  • inkten gebaseerd op water of oplosmiddelen;
  • vette en vloeibare inkten.

Transparante inkten schijnen iets door. Vandaar dat je soms dekwit nodig hebt. Dekwit is altijd een dekkende witte inkt. In het verleden werd inkten handmatig gemengd. Dit had als nadeel dat je kleurverschil kon krijgen. Tegenwoordig zijn de meeste kleuren kant-en-klaar te koop. Daarnaast heb je nog uv-inkten. Deze  worden zo genoemd, omdat ze door middel van uv-licht gedroogd worden. Je hebt daarom geen ventilatiesysteem nodig. UV-inkten gaan lang mee, omdat ze krasbestendig zijn. Omdat je van uv-inkten een vrij stijve printlaag krijgt, zijn ze het meest geschikt voor vlakke ondergronden.

Drukinkten met oplosmiddelen en/of oliën

Drukinkten die oplosmiddelen bevatten kun je opsplitsen in de volgende soorten:

  • eco-solventen;
  • milde solventen;
  • ware-solventen.

Eco-solventen (andere benaming light-solventen) drogen sneller dan inkten op waterbasis. Daardoor hechten deze soorten goed op allerlei ondergronden. Daarnaast zijn eco-solventen bestand tegen water. Omdat er bij het gebruik geen stoffen in de lucht terecht komen, heb je geen afzuigsysteem nodig. Bij milde en ware-solventen heb je wel een afzuigsysteem nodig. Dat is nodig om de schadelijke stoffen uit de lucht te halen. Milde en ware-solventen hechten zich aan het materiaal door middel van een chemische verbinding. Daardoor hechten deze soorten erg goed. Het verschil tussen milde en ware-solventen is dat de milde iets minder schadelijke stoffen bevatten. Daardoor zijn ze iets beter voor het milieu dan ware-solventen. Vette inkten bevatten weinig of geen oplosmiddelen, maar juist oliën. Vloeibare inkten bevatten juist wel oplosmiddelen en geen oliën. Vette inkten worden gebruikt voor bepaalde vormen van hoogdruk en offset. Vloeibare inkten worden onder andere gebuikt voor diepdruk, zeefdruk en flexografie.

Andere eigenschappen van inkt

Drukinkt heeft ook nog andere eigenschappen dan de al hierboven genoemde. Deze hebben invloed op hoe je de inkt kunt verwerken.

  • Viscositeit. Dit zegt iets over hoe stroperig een stof is. Water heeft bijvoorbeeld een lage viscositeit en honing een hoge.
  • Vloeigrens. Deze bepaalt of er veel of weinig kracht nodig is om inkt te laten stromen.
  • Tack-correctors. Tack zegt iets over de kleverigheid van de inkt.

Verschillende manieren van drogen

Drukinkt moet altijd drogen. Dit gebeurt meestal in twee stadia. Bij het eerste stadium wordt de inkt gedroogd, zodat het materiaal verder verwerkt kan worden. Bij het tweede stadium wordt de inkt verder uitgehard. Het drogen kan op een aantal manieren.

  • Verdamping. Er verdwijnen stoffen uit de inkt waardoor deze droogt.
  • Oxidatie. De inktmoleculen vergroeien met elkaar doordat er zuurstof uit de lucht wordt gehaald.
  • Penetratie. Het papier zuigt de inkt op. Hierdoor kan er soms wat kleurverlies optreden.
  • Chemische reactie. Deze reacties komen op verschillende manieren tot stand. Bijvoorbeeld door het toevoegen van een katalysator, uv-licht en/of infraroodstraling.
  • Droogstoffen. Soms worden er droogstoffen aan de inkt toegevoegd, waardoor ze sneller drogen.